Getal & Ruimte (12e editie) - havo wiskunde A

'Statistische variabelen'.

havo wiskunde A 2.2 Data verzamelen

Statistische variabelen (7)

opgave 1

Geef in de volgende situaties aan welke statistische variabele wordt beschreven, en of deze nominaal, ordinaal, discreet of continu is. Licht je antwoord toe.

2p

a

Bij een enquête onder 16-jarigen wordt gevraagd naar de opleiding: VMBO, HAVO of VWO.

Klassificatie (1)
00le - Statistische variabelen - basis - 34ms

a

De variabele 'opleiding van 16-jarige' is kwalitatief, omdat deze niet in een getal wordt uitgedrukt.

1p

De variabele is ordinaal, omdat er een logische ordening zit in de waarden van de variabele.

1p

2p

b

Terje gooit steeds met twee dobbelstenen en telt bij iedere worp het aantal ogen, bijvoorbeeld \(2\) of \(3\text{.}\)

Klassificatie (6)
00lf - Statistische variabelen - basis - 1ms

b

De variabele 'aantal ogen per worp' is kwantitatief, omdat de waarden hoeveelheden zijn die objectief meetbaar zijn.

1p

De variabele is discreet, omdat niet alle tussenliggende waarden mogelijk zijn. Zo is \(7{,}8\) geen mogelijke waarde voor het aantal ogen.

1p

2p

c

Een kapper inventariseert een week lang de kleur van het haar van haar klanten: blond, lichtbruin, donkerbruin, zwart of rood.

Klassificatie (2)
00lj - Statistische variabelen - basis - 0ms

c

De variabele 'haarkleur van klant' is kwalitatief, omdat deze niet in een getal wordt uitgedrukt.

1p

De variabele is nominaal, omdat er geen logische ordening zit in de waarden van de variabele.

1p

2p

d

In een enquête wordt gevraagd naar het aantal auto's per huishouden: 0, 1, 2 of '3 of meer'.

Klassificatie (3)
00lk - Statistische variabelen - basis - 0ms

d

De variabele 'aantal auto's per huishouden' is kwalitatief, omdat de laatste waarde ('3 of meer') geen getal is; je kunt er immers niet mee rekenen.

1p

De variabele is ordinaal, omdat er een logische ordening zit in de waarden van de variabele.

1p

opgave 2

Geef in de volgende situaties aan welke statistische variabele wordt beschreven, en of deze nominaal, ordinaal, discreet of continu is. Licht je antwoord toe.

2p

a

In een nieuwe mentorklas worden telefoonnumers uitgewisseld voor het maken van een groepsapp, bijvoorbeeld 040 257 40 89 of 070 227 48 49.

Klassificatie (4)
00ll - Statistische variabelen - basis - 0ms

a

De variabele 'telefoonnummer van telefoon' is kwalitatief, omdat de waarden weliswaar getallen zijn maar geen hoeveelheid aangeven; je zult bijvoorbeeld ook nooit de gemiddelde waarde berekenen.

1p

De variabele is nominaal, omdat de waarden willekeurig zijn toegekend (met als enige doel om de telefoon te kunnen identificeren) en er dus geen logische ordening zit in de waarden van de variabele.

1p

2p

b

Op de wandelwebsite walkhighlands.com wordt met behulp van een aantal wandelschoentjes aangegeven hoe zwaar de verschillende wandelingen in de Schotse hooglanden zijn: 🥾, 🥾🥾, 🥾🥾🥾, 🥾🥾🥾🥾 of 🥾🥾🥾🥾🥾.

Klassificatie (5)
00lm - Statistische variabelen - basis - 0ms

b

De variabele 'moeilijkheidsgraad van wandeling' is kwalitatief, omdat de waarden weliswaar een aantal voorstellen, maar een mening weergeven en dus niet objectief meetbaar zijn (het is een schaalvraag).

1p

De variabele is ordinaal, omdat er een logische ordening zit in de waarden van de variabele.

1p

2p

c

Een weddingplanner hoort in zijn werk heel veel verschillende speeches. Om nog beter te kunnen plannen, houdt hij een jaar lang bij hoe lang iedere speech duurt, bijvoorbeeld \(10\) of \(12\) minuten.

Klassificatie (7)
00na - Statistische variabelen - basis - 0ms

c

De variabele 'lengte van speech in minuten' is kwantitatief, omdat de waarden hoeveelheden zijn die objectief meetbaar zijn.

1p

De variabele is continu, omdat alle tussenliggende hoeveelheden gemeten zouden kunnen worden.

1p

"