Getal & Ruimte (12e editie) - havo wiskunde A
'Verhoudingen'.
| havo wiskunde A | 1.1 Rekenen met procenten en verhoudingen | |||||||||||
opgave 1Op een veerboot zijn er \(4\) auto's per \(11\) fietsen. Er zijn in totaal \(121\) fietsen. 3p Hoeveel voertuigen zijn er in totaal? VerhoudingTweeGroepen 003l - Verhoudingen - gevorderd - basis - 1ms ○ Er zijn \(11\) delen fiets, dus 1p ○ Dus \(1\text{ deel}={121 \over 11}=11\text{ }\text{voertuigen}\text{.}\) 1p ○ Er zijn \(4+11=15\) delen, dus in totaal zijn er 1p opgave 2De verhouding tussen zuurtjes, lolly's en dropjes in een snoeppot is gelijk aan \(7:9:4\text{.}\) Er zijn in totaal \(100\) snoepjes. 3p Hoeveel zuurtjes zijn er meer dan dropjes? VerhoudingDrieGroepen 003m - Verhoudingen - gevorderd - midden - 6ms ○ In totaal zijn er \(7+9+4=20\) delen, dus 1p ○ Dus \(1\text{ deel}={100 \over 20}=5\text{ }\text{snoepjes}\text{.}\) 1p ○ Het verschil tussen zuurtjes en dropjes is \((7-4)=3\) delen, dus er zijn 1p opgave 3De verhouding tussen sneakers en laarzen in een schoenwinkel is gelijk aan \(3:11\) en de verhouding tussen sandalen en sneakers is \(5:2\text{.}\) Er zijn \(70\) minder sandalen dan laarzen. 4p Hoeveel sandalen zijn er in totaal? VerhoudingTweeKeerTweeGroepen 003n - Verhoudingen - gevorderd - eind - 2ms ○
1p ○ Het verschil tussen sandalen en laarzen is \((22-15)=7\) delen, dus 1p ○ Dus \(1\text{ deel}={70 \over 7}=10\text{ }\text{schoenen}\text{.}\) 1p ○ Er zijn \(15\) delen sandaal, dus in totaal zijn er 1p |