Getal & Ruimte (12e editie) - havo wiskunde B

'Lijnen en hun onderlinge ligging'.

havo wiskunde B 1.3 Stelsels vergelijkingen

Lijnen en hun onderlinge ligging (1)

opgave 1

De lijn \(l\) gaat door het punt \(A (6 , 8)\) en is evenwijdig aan de lijn \(k{:}\,9 x - 2 y = -5 \text{.}\)

2p

Stel een vergelijking op van lijn \(l\) in de vorm \(a x + b y = c \text{.}\)

VergelijkingLijnOpstellenEvenwijdig
00bk - Lijnen en hun onderlinge ligging - basis - eind - 2ms

\(k \parallel l \text{,}\) dus \(l{:}\,9 x - 2 y = c \text{.}\)

1p

\(\begin{rcases}9 x - 2 y = c \\ \text{door } A (6 , 8)\end{rcases} c = 9 ⋅ 6 - 2 ⋅ 8 = 38\)
Dus \(l{:}\,9 x - 2 y = 38 \text{.}\)

1p

havo wiskunde B 7.vk Lijnen en stelsels

Lijnen en hun onderlinge ligging (2)

opgave 1

De lijnen \(k{:}\,4 x - 3 y = -1\) en \(l{:}\,2 x - 4 y = -3\) snijden elkaar in het punt \(S \text{.}\)

4p

Bereken de coördinaten van \(S \text{.}\)

SnijpuntVanTweeLijnen (1)
00bs - Lijnen en hun onderlinge ligging - basis - midden - 232ms - data pool: #928 (231ms)

\(\begin{cases}4 x - 3 y = -1 \\ 2 x - 4 y = -3\end{cases}\) \(\begin{vmatrix}4 \\ 3\end{vmatrix}\) geeft \(\begin{cases}16 x - 12 y = -4 \\ 6 x - 12 y = -9\end{cases}\)

1p

Aftrekken geeft \(10 x = 5\) dus \(x = \frac{1}{2} \text{.}\)

1p

\(\begin{rcases}4 x - 3 y = -1 \\ x = \frac{1}{2}\end{rcases} \begin{matrix}4 ⋅ \frac{1}{2} - 3 y = -1 \\ -3 y = -3 \\ y = 1\end{matrix}\)

1p

Dus \(S (\frac{1}{2} , 1) \text{.}\)

1p

opgave 2

De lijnen \(k{:}\,4 x + 3 y = -2\) en \(l{:}\,y = -2 x - 3\) snijden elkaar in het punt \(S \text{.}\)

4p

Bereken de coördinaten van \(S \text{.}\)

SnijpuntVanTweeLijnen (2)
00bt - Lijnen en hun onderlinge ligging - basis - midden - 33ms - data pool: #484 (33ms)

Substitutie geeft \(4 x + 3 (-2 x - 3) = -2\)

1p

\(4 x - 6 x - 9 = -2\)
\(-2 x = 7\)
Dus \(x = -3\frac{1}{2} \text{.}\)

1p

\(\begin{rcases}y = -2 x - 3 \\ x = -3\frac{1}{2}\end{rcases} y = -2 ⋅ -3\frac{1}{2} - 3 = 4\)

1p

Dus \(S (-3\frac{1}{2} , 4) \text{.}\)

1p

havo wiskunde B 7.1 Lijnen en hoeken

Lijnen en hun onderlinge ligging (3)

opgave 1

Gegeven zijn de lijnen \(k{:}\,9 x - 2 y = -1\) en \(l{:}\,7 x + 3 y = 8 \text{.}\)

3p

Bereken de hoek tussen de lijnen \(k\) en \(l \text{.}\) Rond af op één decimaal nauwkeurig.

HoekTussenTweeLijnen
00be - Lijnen en hun onderlinge ligging - basis - midden - 1ms

\(k{:}\,9 x - 2 y = -1\) omschrijven geeft \(y = 4\frac{1}{2} x + \frac{1}{2}\) dus \(\text{rc}_{k} = 4\frac{1}{2} \text{.}\)
\(l{:}\,7 x + 3 y = 8\) omschrijven geeft \(y = -2\frac{1}{3} x + 2\frac{2}{3}\) dus \(\text{rc}_{l} = -2\frac{1}{3} \text{.}\)

1p

\(\tan(\alpha ) = 4\frac{1}{2}\) geeft \(\alpha = \tan^{-1}(4\frac{1}{2}) = 77{,}47...\degree \text{.}\)
\(\tan(\beta ) = -2\frac{1}{3}\) geeft \(\beta = \tan^{-1}(-2\frac{1}{3}) = -66{,}80...\degree \text{.}\)

1p

\(\varphi = \alpha - \beta = 77{,}47...\degree - -66{,}80...\degree = 144{,}27...\degree \text{,}\) dus de gevraagde hoek is \(180\degree - 144{,}27...\degree = 35{,}7\degree \text{.}\)

1p

opgave 2

Gegeven zijn de lijnen \(k{:}\,x - 3 y = -4\) en \(l{:}\,-2 x + 6 y = 8 \text{.}\)

1p

Onderzoek of de lijnen samenvallen, evenwijdig zijn of snijden.

OnderlingeLigging (1)
00bl - Lijnen en hun onderlinge ligging - basis - basis - 1ms

\(-\frac{1}{2} = -\frac{3}{6} = -\frac{4}{8} \text{,}\) dus de lijnen \(k\) en \(l\) vallen samen.

1p

opgave 3

Gegeven zijn de lijnen \(k{:}\,2 x + 4 y = q\) en \(l{:}\,6 x + p y = -15 \text{.}\)

3p

Bereken voor welke \(p\) en \(q\) de lijnen geen punt gemeenschappelijk hebben.

OnderlingeLigging (2)
00rs - Lijnen en hun onderlinge ligging - basis - midden - 2ms

\({2 \over 6} = {4 \over p} = {q \over -15}\)

1p

\({2 \over 6} = {4 \over p}\) geeft \(p = 12\) en \({2 \over 6} = {q \over -15}\) geeft \(q = -5\)

1p

Geen punt gemeenschappelijk, dus \(p = 12\) en \(q ≠ -5 \text{.}\)

1p

havo wiskunde B 7.2 Afstanden bij punten en lijnen

Lijnen en hun onderlinge ligging (1)

opgave 1

De lijn \(l\) gaat door het punt \(A (6 , 4)\) en staat loodrecht op de lijn \(k{:}\,-9 x + 8 y = -7 \text{.}\)

2p

Stel een vergelijking op van lijn \(l\) in de vorm \(a x + b y = c \text{.}\)

VergelijkingLijnOpstellenLoodrecht
00bf - Lijnen en hun onderlinge ligging - basis - eind - 1ms

\(k \perp l \text{,}\) dus \(l{:}\,8 x + 9 y = c \text{.}\)

1p

\(\begin{rcases}8 x + 9 y = c \\ \text{door } A (6 , 4)\end{rcases} c = 8 ⋅ 6 + 9 ⋅ 4 = 84\)
Dus \(l{:}\,8 x + 9 y = 84 \text{.}\)

1p

"