Getal & Ruimte (13e editie) - havo wiskunde A

'Snelheid'.

havo wiskunde A 1.1 Rekenen

Snelheid (3)

opgave 1

Een auto legt een afstand van \(99{,}1 \text{ } \text{kilometer}\) af in \(2 \text{ } \text{uur}\) en \(11 \text{ } \text{minuten} \text{.}\)

2p

Bereken de gemiddelde snelheid in km/uur en rond af op 2 decimalen.

GemiddeldeSnelheid
00ij - Snelheid - basis - 1ms

\(2 \text{ } \text{uren}\) en \(11 \text{ } \text{minuten} = 2 + {11 \over 60} = 2{,}183... \text{ } \text{uur} \text{.}\)

1p

De gemiddelde snelheid is \({99{,}1 \text{ } \text{km} \over 2{,}183... \text{ } \text{uur}} ≈ 45{,}39 \text{ } \text{km/uur} \text{.}\)

1p

opgave 2

Een peuter op een loopfietsje rijdt gedurende \(2 \text{ } \text{minuten}\) en \(34 \text{ } \text{seconden}\) met een gemiddelde snelheid van \(1{,}4 \text{ } \text{m/s} \text{.}\)

2p

Bereken de afstand die de peuter heeft afgelegd in meters en rond zonodig af op 2 decimalen.

Afstand
00iq - Snelheid - basis - 4ms

\(2 \text{ } \text{minuten}\) en \(34 \text{ } \text{seconden} = 2 ⋅ 60 + 34 = 154 \text{ } \text{seconden} \text{.}\)

1p

De afgelegde afstand is \(1{,}4 \text{ } \text{m/s} ⋅ 154 \text{ } \text{s} = 215{,}6 \text{ } \text{m} \text{.}\)

1p

opgave 3

Een fietser legt een afstand van \(1\,580 \text{ } \text{m}\) af met een gemiddelde snelheid van \(6{,}6 \text{ } \text{m/s} \text{.}\)

2p

Bereken hoe lang de fiets hierover doet. Geef je antwoord in gehele minuten en seconden.

Tijd
00ir - Snelheid - basis - 1ms

Hierover doet de fiets \({1\,580 \text{ } \text{m} \over 6{,}6 \text{ } \text{m/s}} = 239{,}393... \text{ } \text{s} \text{.}\)

1p

\({239{,}393... \over 60} = 3{,}989... \text{ } \text{minuten} \text{,}\) dus dat is \(3 \text{ } \text{minuten}\) en \(0{,}989... ⋅ 60 = 59 \text{ } \text{seconden} \text{.}\)

1p

"