Getal & Ruimte (13e editie) - havo wiskunde A
'Verhoudingen'.
| havo wiskunde A | 1.1 Rekenen | |||||||||||
opgave 1In een schoenwinkel zijn er \(2\) sandalen per \(9\) laarzen. Er zijn in totaal \(99\) schoenen. 3p Hoeveel laarzen zijn er meer dan sandalen? VerhoudingTweeGroepen 003l - Verhoudingen - gevorderd - basis - 1ms ○ In totaal zijn er \(2 + 9 = 11\) delen, dus 1p ○ Dus \(1 \text{ deel} = {99 \over 11} = 9 \text{ } \text{schoenen} \text{.}\) 1p ○ Het verschil tussen laarzen en sandalen is \((9 - 2) = 7\) delen, dus er zijn 1p opgave 2De verhouding tussen Nederlanders, Belgen en Duitsers op een vakantiepark is gelijk aan \(7 : 2 : 10 \text{.}\) Er zijn in totaal \(50\) Duitsers. 3p Hoeveel Nederlanders zijn er in totaal? VerhoudingDrieGroepen 003m - Verhoudingen - gevorderd - midden - 5ms ○ Er zijn \(10\) delen Duitser, dus 1p ○ Dus \(1 \text{ deel} = {50 \over 10} = 5 \text{ } \text{gasten} \text{.}\) 1p ○ Er zijn \(7\) delen Nederlander, dus in totaal zijn er 1p opgave 3De verhouding tussen kinderboeken en naslagwerken in een bibliotheek is gelijk aan \(9 : 5\) en de verhouding tussen naslagwerken en romans is \(4 : 11 \text{.}\) Er zijn \(210\) minder naslagwerken dan romans. 4p Hoeveel boeken zijn er in totaal? VerhoudingTweeKeerTweeGroepen 003n - Verhoudingen - gevorderd - eind - 1ms ○
1p ○ Het verschil tussen naslagwerken en romans is \((55 - 20) = 35\) delen, dus 1p ○ Dus \(1 \text{ deel} = {210 \over 35} = 6 \text{ } \text{boeken} \text{.}\) 1p ○ Er zijn \(36 + 20 + 55 = 111\) delen, dus in totaal zijn er 1p |