Getal & Ruimte (13e editie) - havo wiskunde A
'Verhoudingen'.
| havo wiskunde A | 1.1 Rekenen | |||||||||||
opgave 1Op een sportclub zijn er \(5\) kinderen per \(7\) senioren. Er zijn \(18\) minder kinderen dan senioren. 3p Hoeveel leden zijn er in totaal? VerhoudingTweeGroepen 003l - Verhoudingen - gevorderd - basis - 1ms ○ Het verschil tussen kinderen en senioren is \((7 - 5) = 2\) delen, dus 1p ○ Dus \(1 \text{ deel} = {18 \over 2} = 9 \text{ } \text{leden} \text{.}\) 1p ○ Er zijn \(5 + 7 = 12\) delen, dus in totaal zijn er 1p opgave 2De verhouding tussen fietsen, motoren en auto's op een veerboot is gelijk aan \(5 : 3 : 6 \text{.}\) Er zijn in totaal \(140\) voertuigen. 3p Hoeveel motoren zijn er in totaal? VerhoudingDrieGroepen 003m - Verhoudingen - gevorderd - midden - 4ms ○ In totaal zijn er \(5 + 3 + 6 = 14\) delen, dus 1p ○ Dus \(1 \text{ deel} = {140 \over 14} = 10 \text{ } \text{voertuigen} \text{.}\) 1p ○ Er zijn \(3\) delen motor, dus in totaal zijn er 1p opgave 3De verhouding tussen Duitsers en Nederlanders op een vakantiepark is gelijk aan \(3 : 5\) en de verhouding tussen Belgen en Nederlanders is \(9 : 4 \text{.}\) Er zijn in totaal \(156\) Duitsers. 4p Hoeveel Duitsers zijn er minder dan Nederlanders? VerhoudingTweeKeerTweeGroepen 003n - Verhoudingen - gevorderd - eind - 2ms ○
1p ○ Er zijn \(12\) delen Duitser, dus 1p ○ Dus \(1 \text{ deel} = {156 \over 12} = 13 \text{ } \text{gasten} \text{.}\) 1p ○ Het verschil tussen Duitsers en Nederlanders is \((20 - 12) = 8\) delen, dus er zijn 1p |