Getal & Ruimte (13e editie) - havo wiskunde B

'Coëfficiënten in lineaire formules'.

3 havo 1.1 De formule y=ax+b

Coëfficiënten in lineaire formules (3)

opgave 1

Gegeven is de lijn \(l{:}\,y=9x+b\text{.}\)

2p

Voor welke \(b\) gaat \(l\) door het punt \(A(8, 69)\text{?}\)

GegevenPunt (2)
00mp - Coëfficiënten in lineaire formules - basis - midden - 0ms

\(\begin{rcases}y=9x+b \\ \text{door }A(8, 69)\end{rcases}\begin{matrix}9⋅8+b=69 \\ 72+b=69 \\ b=-3\end{matrix}\)

1p

Dus voor \(b=-3\text{.}\)

1p

opgave 2

Gegeven is de lijn \(l{:}\,y=-7x-9\text{.}\)

2p

Voor welke \(a\) ligt het punt \(A(-2, a)\) op \(l\text{?}\)

GegevenXCoordinaat
00mq - Coëfficiënten in lineaire formules - basis - basis - 0ms

\(\begin{rcases}y=-7x-9 \\ \text{door }A(-2, a)\end{rcases}\begin{matrix}-7⋅-2-9=a \\ a=5\end{matrix}\)

1p

Dus voor \(a=5\text{.}\)

1p

opgave 3

Gegeven is de lijn \(l{:}\,y=-4x-8\text{.}\)

2p

Voor welke \(a\) ligt het punt \(A(a, 4)\) op \(l\text{?}\)

GegevenYCoordinaat
00mr - Coëfficiënten in lineaire formules - basis - basis - 0ms

\(\begin{rcases}y=-4x-8 \\ \text{door }A(a, 4)\end{rcases}\begin{matrix}-4⋅a-8=4 \\ -4a=12 \\ a=-3\end{matrix}\)

1p

Dus voor \(a=-3\text{.}\)

1p

havo wiskunde B 1.1 Lineaire verbanden

Coëfficiënten in lineaire formules (6)

opgave 1

Gegeven is de lijn \(l{:}\,y=ax+2\text{.}\)

2p

Voor welke \(a\) gaat \(l\) door het punt \(A(-4, -18)\text{?}\)

GegevenPunt (1)
0016 - Coëfficiënten in lineaire formules - basis - eind - 0ms

\(\begin{rcases}y=ax+2 \\ \text{door }A(-4, -18)\end{rcases}\begin{matrix}a⋅-4+2=-18 \\ -4a=-20 \\ a=5\end{matrix}\)

1p

Dus voor \(a=5\text{.}\)

1p

opgave 2

Gegeven zijn de lijnen \(k{:}\,y=-5x+2\) en \(l{:}\,y=ax-4\text{.}\)

1p

Voor welke \(a\) zijn \(k\) en \(l\) evenwijdig?

Evenwijdig
00ms - Coëfficiënten in lineaire formules - gevorderd - eind - 0ms

\(k\parallel l\text{,}\) dus \(a=\text{rc}_l=\text{rc}_k=-5\text{.}\)

1p

opgave 3

Gegeven zijn de lijnen \(k{:}\,y=2x+b\) en \(l{:}\,y=ax-69\text{.}\)

3p

Voor welke \(a\) en \(b\) snijden de lijnen \(k\) en \(l\) elkaar in het punt \(S(-7, -6)\text{?}\)

GegevenSnijpunt
00mt - Coëfficiënten in lineaire formules - basis - midden - 0ms

\(\begin{rcases}y=2x+b \\ \text{door }S(-7, -6)\end{rcases}\begin{matrix}2⋅-7+b=-6 \\ -14+b=-6 \\ b=8\end{matrix}\)

1p

\(\begin{rcases}y=ax-69 \\ \text{door }S(-7, -6)\end{rcases}\begin{matrix}a⋅-7-69=-6 \\ -7a=63 \\ a=-9\end{matrix}\)

1p

Dus voor \(a=-9\) en \(b=8\text{.}\)

1p

opgave 4

Gegeven zijn de lijnen \(k{:}\,y=2x-14\) en \(l{:}\,y=ax-35\text{.}\)

3p

Voor welke \(a\) hebben de lijnen \(k\) en \(l\) hetzelfde snijpunt met de \(x\text{-}\)as?

ZelfdeSnijpuntXAs (1)
00mu - Coëfficiënten in lineaire formules - basis - eind - 0ms

Het snijpunt van de lijn \(k\) met de \(x\text{-}\)as:
\(2x-14=0\)
\(2x=14\)
\(x=7\)
Dus \((7, 0)\text{.}\)

1p

Het snijpunt invullen in \(l\) geeft\(\begin{rcases}y=ax-35 \\ \text{door }(7, 0)\end{rcases}\begin{matrix}a⋅7-35=0 \\ 7a=35 \\ a=5\end{matrix}\)

1p

Dus voor \(a=5\text{.}\)

1p

opgave 5

Gegeven zijn de lijnen \(k{:}\,y=6x-54\) en \(l{:}\,y=3x+b\text{.}\)

3p

Voor welke \(b\) hebben de lijnen \(k\) en \(l\) hetzelfde snijpunt met de \(x\text{-}\)as?

ZelfdeSnijpuntXAs (2)
00mv - Coëfficiënten in lineaire formules - basis - eind - 0ms

Het snijpunt van de lijn \(k\) met de \(x\text{-}\)as:
\(6x-54=0\)
\(6x=54\)
\(x=9\)
Dus \((9, 0)\text{.}\)

1p

Het snijpunt invullen in \(l\) geeft\(\begin{rcases}y=3x+b \\ \text{door }(9, 0)\end{rcases}\begin{matrix}3⋅9+b=0 \\ b=-27\end{matrix}\)

1p

Dus voor \(b=-27\text{.}\)

1p

opgave 6

Gegeven is de lijn \(l{:}\,y=ax+3\text{.}\)

1p

Is er een waarde van \(a\) waarvoor de lijn door de oorsprong gaat? Zo ja, wat is die waarde?

Oorsprong
00n8 - Coëfficiënten in lineaire formules - gevorderd - eind - 0ms

De lijn met formule \(y=ax+3\) snijdt voor iedere waarde van \(a\) de \(y\text{-}\)as in het punt \((0, 3)\text{.}\) Er is dus geen enkele waarde van \(a\) waarvoor de lijn door de oorsprong gaat.

1p

"