Getal & Ruimte (13e editie) - havo wiskunde B

'Lijnen en hun onderlinge ligging'.

havo wiskunde B 1.3 De vergelijking ax+by=c

Lijnen en hun onderlinge ligging (1)

opgave 1

De lijn \(l\) gaat door het punt \(A (-5 , -2)\) en is evenwijdig aan de lijn \(k{:}\,8 x - y = 3 \text{.}\)

2p

Stel een vergelijking op van lijn \(l\) in de vorm \(a x + b y = c \text{.}\)

VergelijkingLijnOpstellenEvenwijdig
00bk - Lijnen en hun onderlinge ligging - basis - eind - 2ms

\(k \parallel l \text{,}\) dus \(l{:}\,8 x - y = c \text{.}\)

1p

\(\begin{rcases}8 x - y = c \\ \text{door } A (-5 , -2)\end{rcases} c = 8 ⋅ -5 - 1 ⋅ -2 = -38\)
Dus \(l{:}\,8 x - y = -38 \text{.}\)

1p

havo wiskunde B 1.4 Stelsels vergelijkingen

Lijnen en hun onderlinge ligging (2)

opgave 1

De lijnen \(k{:}\,4 x - 2 y = 0\) en \(l{:}\,2 x + y = 2\) snijden elkaar in het punt \(S \text{.}\)

4p

Bereken de coördinaten van \(S \text{.}\)

SnijpuntVanTweeLijnen (1)
00bs - Lijnen en hun onderlinge ligging - basis - midden - 232ms - data pool: #928 (231ms)

\(\begin{cases}4 x - 2 y = 0 \\ 2 x + y = 2\end{cases}\) \(\begin{vmatrix}1 \\ 2\end{vmatrix}\) geeft \(\begin{cases}4 x - 2 y = 0 \\ 4 x + 2 y = 4\end{cases}\)

1p

Optellen geeft \(8 x = 4\) dus \(x = \frac{1}{2} \text{.}\)

1p

\(\begin{rcases}4 x - 2 y = 0 \\ x = \frac{1}{2}\end{rcases} \begin{matrix}4 ⋅ \frac{1}{2} - 2 y = 0 \\ -2 y = -2 \\ y = 1\end{matrix}\)

1p

Dus \(S (\frac{1}{2} , 1) \text{.}\)

1p

opgave 2

De lijnen \(k{:}\,2 x - 2 y = -1\) en \(l{:}\,y = 2 x - 1\) snijden elkaar in het punt \(S \text{.}\)

4p

Bereken de coördinaten van \(S \text{.}\)

SnijpuntVanTweeLijnen (2)
00bt - Lijnen en hun onderlinge ligging - basis - midden - 33ms - data pool: #484 (33ms)

Substitutie geeft \(2 x - 2 (2 x - 1) = -1\)

1p

\(2 x - 4 x + 2 = -1\)
\(-2 x = -3\)
Dus \(x = 1\frac{1}{2} \text{.}\)

1p

\(\begin{rcases}y = 2 x - 1 \\ x = 1\frac{1}{2}\end{rcases} y = 2 ⋅ 1\frac{1}{2} - 1 = 2\)

1p

Dus \(S (1\frac{1}{2} , 2) \text{.}\)

1p

havo wiskunde B 7.1 Lijnen en hoeken

Lijnen en hun onderlinge ligging (3)

opgave 1

Gegeven zijn de lijnen \(k{:}\,5 x - 4 y = 1\) en \(l{:}\,7 x + 9 y = 3 \text{.}\)

3p

Bereken de hoek tussen de lijnen \(k\) en \(l \text{.}\) Rond af op één decimaal nauwkeurig.

HoekTussenTweeLijnen
00be - Lijnen en hun onderlinge ligging - basis - midden - 1ms

\(k{:}\,5 x - 4 y = 1\) omschrijven geeft \(y = 1\frac{1}{4} x - \frac{1}{4}\) dus \(\text{rc}_{k} = 1\frac{1}{4} \text{.}\)
\(l{:}\,7 x + 9 y = 3\) omschrijven geeft \(y = -\frac{7}{9} x + \frac{1}{3}\) dus \(\text{rc}_{l} = -\frac{7}{9} \text{.}\)

1p

\(\tan(\alpha ) = 1\frac{1}{4}\) geeft \(\alpha = \tan^{-1}(1\frac{1}{4}) = 51{,}34...\degree \text{.}\)
\(\tan(\beta ) = -\frac{7}{9}\) geeft \(\beta = \tan^{-1}(-\frac{7}{9}) = -37{,}87...\degree \text{.}\)

1p

\(\varphi = \alpha - \beta = 51{,}34...\degree - -37{,}87...\degree = 89{,}21...\degree \text{,}\) dus de gevraagde hoek is \(89{,}2\degree \text{.}\)

1p

opgave 2

Gegeven zijn de lijnen \(k{:}\,x - 2 y = 4\) en \(l{:}\,2 x + 3 y = 6 \text{.}\)

1p

Onderzoek of de lijnen samenvallen, evenwijdig zijn of snijden.

OnderlingeLigging (1)
00bl - Lijnen en hun onderlinge ligging - basis - basis - 1ms

\(\frac{1}{2} ≠ -\frac{2}{3} ≠ \frac{4}{6} \text{,}\) dus de lijnen \(k\) en \(l\) snijden.

1p

opgave 3

Gegeven zijn de lijnen \(k{:}\,p x + 5 y = -1\) en \(l{:}\,9 x + 15 y = q \text{.}\)

3p

Bereken voor welke \(p\) en \(q\) de lijnen evenwijdig zijn.

OnderlingeLigging (2)
00rs - Lijnen en hun onderlinge ligging - basis - midden - 2ms

\({p \over 9} = {5 \over 15} = {-1 \over q}\)

1p

\({p \over 9} = {5 \over 15}\) geeft \(p = 3\) (en \({5 \over 15} = {-1 \over q}\) geeft \(q = -3 \text{)}\)

1p

Evenwijdig, dus \(p = 3\) en \(q\) mag elk getal zijn.

1p

havo wiskunde B 7.2 Afstanden bij punten en lijnen

Lijnen en hun onderlinge ligging (1)

opgave 1

De lijn \(l\) gaat door het punt \(A (9 , -5)\) en staat loodrecht op de lijn \(k{:}\,-6 x - y = 7 \text{.}\)

2p

Stel een vergelijking op van lijn \(l\) in de vorm \(a x + b y = c \text{.}\)

VergelijkingLijnOpstellenLoodrecht
00bf - Lijnen en hun onderlinge ligging - basis - eind - 1ms

\(k \perp l \text{,}\) dus \(l{:}\,-x + 6 y = c \text{.}\)

1p

\(\begin{rcases}-x + 6 y = c \\ \text{door } A (9 , -5)\end{rcases} c = -1 ⋅ 9 + 6 ⋅ -5 = -39\)
Dus \(l{:}\,-x + 6 y = -39 \text{.}\)

1p

"