Getal & Ruimte (13e editie) - havo wiskunde B

'Lijnen en hun onderlinge ligging'.

havo wiskunde B 1.3 De vergelijking ax+by=c

Lijnen en hun onderlinge ligging (1)

opgave 1

De lijn \(l\) gaat door het punt \(A (2 , -7)\) en is evenwijdig aan de lijn \(k{:}\,-x + 3 y = 8 \text{.}\)

2p

Stel een vergelijking op van lijn \(l\) in de vorm \(a x + b y = c \text{.}\)

VergelijkingLijnOpstellenEvenwijdig
00bk - Lijnen en hun onderlinge ligging - basis - eind - 1ms

○

\(k \parallel l \text{,}\) dus \(l{:}\,-x + 3 y = c \text{.}\)

1p

○

\(\begin{rcases}-x + 3 y = c \\ \text{door } A (2 , -7)\end{rcases} c = -1 ⋅ 2 + 3 ⋅ -7 = -23\)
Dus \(l{:}\,-x + 3 y = -23 \text{.}\)

1p

havo wiskunde B 1.4 Stelsels vergelijkingen

Lijnen en hun onderlinge ligging (2)

opgave 1

De lijnen \(k{:}\,2 x - y = 2\) en \(l{:}\,4 x - 3 y = -1\) snijden elkaar in het punt \(S \text{.}\)

4p

Bereken de coördinaten van \(S \text{.}\)

SnijpuntVanTweeLijnen (1)
00bs - Lijnen en hun onderlinge ligging - basis - midden - 182ms - data pool: #928 (182ms)

○

\(\begin{cases}2 x - y = 2 \\ 4 x - 3 y = -1\end{cases}\) \(\begin{vmatrix}3 \\ 1\end{vmatrix}\) geeft \(\begin{cases}6 x - 3 y = 6 \\ 4 x - 3 y = -1\end{cases}\)

1p

○

Aftrekken geeft \(2 x = 7\) dus \(x = 3\frac{1}{2} \text{.}\)

1p

○

\(\begin{rcases}2 x - y = 2 \\ x = 3\frac{1}{2}\end{rcases} \begin{matrix}2 ⋅ 3\frac{1}{2} - y = 2 \\ -y = -5 \\ y = 5\end{matrix}\)

1p

○

Dus \(S (3\frac{1}{2} , 5) \text{.}\)

1p

opgave 2

De lijnen \(k{:}\,3 x - 3 y = 4\) en \(l{:}\,y = 3 x - 2\) snijden elkaar in het punt \(S \text{.}\)

4p

Bereken de coördinaten van \(S \text{.}\)

SnijpuntVanTweeLijnen (2)
00bt - Lijnen en hun onderlinge ligging - basis - midden - 25ms - data pool: #484 (24ms)

○

Substitutie geeft \(3 x - 3 (3 x - 2) = 4\)

1p

○

\(3 x - 9 x + 6 = 4\)
\(-6 x = -2\)
Dus \(x = \frac{1}{3} \text{.}\)

1p

○

\(\begin{rcases}y = 3 x - 2 \\ x = \frac{1}{3}\end{rcases} y = 3 ⋅ \frac{1}{3} - 2 = -1\)

1p

○

Dus \(S (\frac{1}{3} , -1) \text{.}\)

1p

havo wiskunde B 7.1 Lijnen en hoeken

Lijnen en hun onderlinge ligging (3)

opgave 1

Gegeven zijn de lijnen \(k{:}\,x + 5 y = -9\) en \(l{:}\,2 x + 7 y = -8 \text{.}\)

3p

Bereken de hoek tussen de lijnen \(k\) en \(l \text{.}\) Rond af op één decimaal nauwkeurig.

HoekTussenTweeLijnen
00be - Lijnen en hun onderlinge ligging - basis - midden - 0ms

○

\(k{:}\,x + 5 y = -9\) omschrijven geeft \(y = -\frac{1}{5} x - 1\frac{4}{5}\) dus \(\text{rc}_{k} = -\frac{1}{5} \text{.}\)
\(l{:}\,2 x + 7 y = -8\) omschrijven geeft \(y = -\frac{2}{7} x - 1\frac{1}{7}\) dus \(\text{rc}_{l} = -\frac{2}{7} \text{.}\)

1p

○

\(\tan(\alpha ) = -\frac{1}{5}\) geeft \(\alpha = \tan^{-1}(-\frac{1}{5}) = -11{,}30...\degree \text{.}\)
\(\tan(\beta ) = -\frac{2}{7}\) geeft \(\beta = \tan^{-1}(-\frac{2}{7}) = -15{,}94...\degree \text{.}\)

1p

○

\(\varphi = \alpha - \beta = -11{,}30...\degree - -15{,}94...\degree = 4{,}63...\degree \text{,}\) dus de gevraagde hoek is \(4{,}6\degree \text{.}\)

1p

opgave 2

Gegeven zijn de lijnen \(k{:}\,x + 3 y = -4\) en \(l{:}\,3 x + 9 y = -12 \text{.}\)

1p

Onderzoek of de lijnen samenvallen, evenwijdig zijn of snijden.

OnderlingeLigging (1)
00bl - Lijnen en hun onderlinge ligging - basis - basis - 0ms

○

\(\frac{1}{3} = \frac{3}{9} = \frac{4}{12} \text{,}\) dus de lijnen \(k\) en \(l\) vallen samen.

1p

opgave 3

Gegeven zijn de lijnen \(k{:}\,2 x - 5 y = q\) en \(l{:}\,p x - 20 y = 4 \text{.}\)

3p

Bereken voor welke \(p\) en \(q\) de lijnen evenwijdig zijn.

OnderlingeLigging (2)
00rs - Lijnen en hun onderlinge ligging - basis - midden - 1ms

○

\({2 \over p} = {-5 \over -20} = {q \over 4}\)

1p

○

\({2 \over p} = {-5 \over -20}\) geeft \(p = 8\) (en \({-5 \over -20} = {q \over 4}\) geeft \(q = 1 \text{)}\)

1p

○

Evenwijdig, dus \(p = 8\) en \(q\) mag elk getal zijn.

1p

havo wiskunde B 7.2 Afstanden bij punten en lijnen

Lijnen en hun onderlinge ligging (1)

opgave 1

De lijn \(l\) gaat door het punt \(A (1 , -9)\) en staat loodrecht op de lijn \(k{:}\,6 x + 5 y = -3 \text{.}\)

2p

Stel een vergelijking op van lijn \(l\) in de vorm \(a x + b y = c \text{.}\)

VergelijkingLijnOpstellenLoodrecht
00bf - Lijnen en hun onderlinge ligging - basis - eind - 1ms

○

\(k \perp l \text{,}\) dus \(l{:}\,5 x - 6 y = c \text{.}\)

1p

○

\(\begin{rcases}5 x - 6 y = c \\ \text{door } A (1 , -9)\end{rcases} c = 5 ⋅ 1 - 6 ⋅ -9 = 59\)
Dus \(l{:}\,5 x - 6 y = 59 \text{.}\)

1p

"