Getal & Ruimte (13e editie) - havo wiskunde B

'Lijnen en hun onderlinge ligging'.

havo wiskunde B 1.3 De vergelijking ax+by=c

Lijnen en hun onderlinge ligging (1)

opgave 1

De lijn \(l\) gaat door het punt \(A(7, 4)\) en is evenwijdig aan de lijn \(k{:}\,-2x+6y=3\text{.}\)

2p

Stel een vergelijking op van lijn \(l\) in de vorm \(ax+by=c\text{.}\)

VergelijkingLijnOpstellenEvenwijdig
00bk - Lijnen en hun onderlinge ligging - basis - eind - 3ms

\(k\parallel l\text{,}\) dus \(l{:}\,-2x+6y=c\text{.}\)

1p

\(\begin{rcases}-2x+6y=c \\ \text{door }A(7, 4)\end{rcases}c=-2⋅7+6⋅4=10\)
Dus \(l{:}\,-2x+6y=10\text{.}\)

1p

havo wiskunde B 1.4 Stelsels vergelijkingen

Lijnen en hun onderlinge ligging (2)

opgave 1

De lijnen \(k{:}\,4x-5y=0\) en \(l{:}\,2x-4y=-3\) snijden elkaar in het punt \(S\text{.}\)

4p

Bereken de coördinaten van \(S\text{.}\)

SnijpuntVanTweeLijnen (1)
00bs - Lijnen en hun onderlinge ligging - basis - midden - 351ms - data pool: #928 (351ms)

\(\begin{cases}4x-5y=0 \\ 2x-4y=-3\end{cases}\) \(\begin{vmatrix}4 \\ 5\end{vmatrix}\) geeft \(\begin{cases}16x-20y=0 \\ 10x-20y=-15\end{cases}\)

1p

Aftrekken geeft \(6x=15\) dus \(x=2\frac{1}{2}\text{.}\)

1p

\(\begin{rcases}4x-5y=0 \\ x=2\frac{1}{2}\end{rcases}\begin{matrix}4⋅2\frac{1}{2}-5y=0 \\ -5y=-10 \\ y=2\end{matrix}\)

1p

Dus \(S(2\frac{1}{2}, 2)\text{.}\)

1p

opgave 2

De lijnen \(k{:}\,3x-3y=-5\) en \(l{:}\,y=-3x+3\) snijden elkaar in het punt \(S\text{.}\)

4p

Bereken de coördinaten van \(S\text{.}\)

SnijpuntVanTweeLijnen (2)
00bt - Lijnen en hun onderlinge ligging - basis - midden - 43ms - data pool: #484 (42ms)

Substitutie geeft \(3x-3(-3x+3)=-5\)

1p

\(3x+9x-9=-5\)
\(12x=4\)
Dus \(x=\frac{1}{3}\text{.}\)

1p

\(\begin{rcases}y=-3x+3 \\ x=\frac{1}{3}\end{rcases}y=-3⋅\frac{1}{3}+3=2\)

1p

Dus \(S(\frac{1}{3}, 2)\text{.}\)

1p

havo wiskunde B 7.1 Lijnen en hoeken

Lijnen en hun onderlinge ligging (3)

opgave 1

Gegeven zijn de lijnen \(k{:}\,6x-9y=5\) en \(l{:}\,8x+y=-3\text{.}\)

3p

Bereken de hoek tussen de lijnen \(k\) en \(l\text{.}\) Rond af op één decimaal nauwkeurig.

HoekTussenTweeLijnen
00be - Lijnen en hun onderlinge ligging - basis - midden - 1ms

\(k{:}\,6x-9y=5\) omschrijven geeft \(y=\frac{2}{3}x-\frac{5}{9}\) dus \(\text{rc}_k=\frac{2}{3}\text{.}\)
\(l{:}\,8x+y=-3\) omschrijven geeft \(y=-8x-3\) dus \(\text{rc}_l=-8\text{.}\)

1p

\(\tan(\alpha )=\frac{2}{3}\) geeft \(\alpha =\tan^{-1}(\frac{2}{3})=33{,}69...\degree\text{.}\)
\(\tan(\beta )=-8\) geeft \(\beta =\tan^{-1}(-8)=-82{,}87...\degree\text{.}\)

1p

\(\varphi =\alpha -\beta =33{,}69...\degree--82{,}87...\degree=116{,}56...\degree\text{,}\) dus de gevraagde hoek is \(180\degree-116{,}56...\degree=63{,}4\degree\text{.}\)

1p

opgave 2

Gegeven zijn de lijnen \(k{:}\,2x+5y=3\) en \(l{:}\,-6x+4y=1\text{.}\)

1p

Onderzoek of de lijnen samenvallen, evenwijdig zijn of snijden.

OnderlingeLigging (1)
00bl - Lijnen en hun onderlinge ligging - basis - basis - 2ms

\(-\frac{2}{6}≠\frac{5}{4}≠\frac{3}{1}\text{,}\) dus de lijnen \(k\) en \(l\) snijden.

1p

opgave 3

Gegeven zijn de lijnen \(k{:}\,4x-y=-2\) en \(l{:}\,px-\frac{1}{2}y=q\text{.}\)

3p

Bereken voor welke \(p\) en \(q\) de lijnen evenwijdig zijn.

OnderlingeLigging (2)
00rs - Lijnen en hun onderlinge ligging - basis - midden - 3ms

\({4 \over p}={-1 \over -\frac{1}{2}}={-2 \over q}\)

1p

\({4 \over p}={-1 \over -\frac{1}{2}}\) geeft \(p=2\) (en \({-1 \over -\frac{1}{2}}={-2 \over q}\) geeft \(q=-1\text{)}\)

1p

Evenwijdig, dus \(p=2\) en \(q\) mag elk getal zijn.

1p

havo wiskunde B 7.2 Afstanden bij punten en lijnen

Lijnen en hun onderlinge ligging (1)

opgave 1

De lijn \(l\) gaat door het punt \(A(5, -1)\) en staat loodrecht op de lijn \(k{:}\,-8x+7y=6\text{.}\)

2p

Stel een vergelijking op van lijn \(l\) in de vorm \(ax+by=c\text{.}\)

VergelijkingLijnOpstellenLoodrecht
00bf - Lijnen en hun onderlinge ligging - basis - eind - 2ms

\(k\perp l\text{,}\) dus \(l{:}\,7x+8y=c\text{.}\)

1p

\(\begin{rcases}7x+8y=c \\ \text{door }A(5, -1)\end{rcases}c=7⋅5+8⋅-1=27\)
Dus \(l{:}\,7x+8y=27\text{.}\)

1p

"