Getal & Ruimte (13e editie) - vwo wiskunde A

'Statistische variabelen'.

vwo wiskunde A 2.2 Data verzamelen

Statistische variabelen (7)

opgave 1

Geef in de volgende situaties aan welke statistische variabele wordt beschreven, en of deze nominaal, ordinaal, discreet of continu is. Licht je antwoord toe.

2p

a

Een manager van een kledingwinkel is bezig met de inkoop voor het nieuwe seizoen. Daarom heeft hij een maand lang, van ieder kledingstuk dat hij heeft verkocht, de kledingmaat genoteerd: extra small, small, medium, large of extra large.

Klassificatie (1)
00le - Statistische variabelen - basis - 39ms

a

De variabele 'kledingmaat van kledingstuk' is kwalitatief, omdat deze niet in een getal wordt uitgedrukt.

1p

○

De variabele is ordinaal, omdat er een logische ordening zit in de waarden van de variabele.

1p

2p

b

De 4e klas heeft een wiskundetoets gemaakt. De docent bekijkt de behaalde resultaten, bijvoorbeeld \(4{,}4\) of \(5{,}5 \text{.}\)

Klassificatie (6)
00lf - Statistische variabelen - basis - 1ms

b

De variabele 'toetscijfer van leerling' is kwantitatief, omdat de waarden hoeveelheden zijn die objectief meetbaar zijn.

1p

○

De variabele is discreet, omdat niet alle tussenliggende waarden mogelijk zijn. Zo is \(9{,}97\) geen mogelijke waarde voor het toetscijfer.

1p

2p

c

Het Centraal Bureau voor Statistiek (CBS) in Heerlen houdt van alle in Nederland verkochte nieuwe auto's bij wat het merk is, bijvoorbeeld Mercedes-Benz of SEAT.

Klassificatie (2)
00lj - Statistische variabelen - basis - 0ms

c

De variabele 'merk van in Nederland verkochte auto' is kwalitatief, omdat deze niet in een getal wordt uitgedrukt.

1p

○

De variabele is nominaal, omdat er geen logische ordening zit in de waarden van de variabele.

1p

2p

d

In een enquête wordt gevraagd naar het aantal auto's per huishouden: 0, 1, 2 of '3 of meer'.

Klassificatie (3)
00lk - Statistische variabelen - basis - 0ms

d

De variabele 'aantal auto's per huishouden' is kwalitatief, omdat de laatste waarde ('3 of meer') geen getal is; je kunt er immers niet mee rekenen.

1p

○

De variabele is ordinaal, omdat er een logische ordening zit in de waarden van de variabele.

1p

opgave 2

Geef in de volgende situaties aan welke statistische variabele wordt beschreven, en of deze nominaal, ordinaal, discreet of continu is. Licht je antwoord toe.

2p

a

De concierge houdt van iedere leerling het kluisnummer bij, bijvoorbeeld 430 of 999.

Klassificatie (4)
00ll - Statistische variabelen - basis - 0ms

a

De variabele 'nummer van kluis' is kwalitatief, omdat de waarden weliswaar getallen zijn maar geen hoeveelheid aangeven; je zult bijvoorbeeld ook nooit de gemiddelde waarde berekenen.

1p

○

De variabele is nominaal, omdat de waarden willekeurig zijn toegekend (met als enige doel om de kluis te kunnen identificeren) en er dus geen logische ordening zit in de waarden van de variabele.

1p

2p

b

Op de wandelwebsite walkhighlands.com wordt met behulp van een aantal wandelschoentjes aangegeven hoe zwaar de verschillende wandelingen in de Schotse hooglanden zijn: 🥾, 🥾🥾, 🥾🥾🥾, 🥾🥾🥾🥾 of 🥾🥾🥾🥾🥾.

Klassificatie (5)
00lm - Statistische variabelen - basis - 0ms

b

De variabele 'moeilijkheidsgraad van wandeling' is kwalitatief, omdat de waarden weliswaar een aantal voorstellen, maar een mening weergeven en dus niet objectief meetbaar zijn (het is een schaalvraag).

1p

○

De variabele is ordinaal, omdat er een logische ordening zit in de waarden van de variabele.

1p

2p

c

In een callcenter wordt bijgehouden hoeveel minuten er telkens tussen twee opeenvolgende telefoongesprekken zit, bijvoorbeeld \(65\) of \(98\) minuten.

Klassificatie (7)
00na - Statistische variabelen - basis - 0ms

c

De variabele 'duur van tijd tussen twee telefoontjes in minuten' is kwantitatief, omdat de waarden hoeveelheden zijn die objectief meetbaar zijn.

1p

○

De variabele is continu, omdat alle tussenliggende hoeveelheden gemeten zouden kunnen worden.

1p

"