Getal & Ruimte (13e editie) - vwo wiskunde A
'Verhoudingen'.
| vwo wiskunde A | 3.1 Breuken en verhoudingen | |||||||||||
opgave 1De verhouding tussen sneakers en sandalen in een schoenwinkel is gelijk aan \(3:2\text{.}\) Er zijn in totaal \(65\) schoenen. 3p Hoeveel sandalen zijn er in totaal? VerhoudingTweeGroepen 003l - Verhoudingen - gevorderd - basis - 1ms ○ In totaal zijn er \(3+2=5\) delen, dus 1p ○ Dus \(1\text{ deel}={65 \over 5}=13\text{ }\text{schoenen}\text{.}\) 1p ○ Er zijn \(2\) delen sandaal, dus in totaal zijn er 1p opgave 2De verhouding tussen meerkoeten, eenden en ganzen in een meertje is gelijk aan \(2:5:11\text{.}\) Er zijn in totaal \(30\) meerkoeten. 3p Hoeveel meerkoeten zijn er minder dan eenden? VerhoudingDrieGroepen 003m - Verhoudingen - gevorderd - midden - 6ms ○ Er zijn \(2\) delen meerkoet, dus 1p ○ Dus \(1\text{ deel}={30 \over 2}=15\text{ }\text{watervogels}\text{.}\) 1p ○ Het verschil tussen meerkoeten en eenden is \((5-2)=3\) delen, dus er zijn 1p opgave 3Op een scholengemeenschap zijn er \(8\) havisten per \(3\) vmbo-ers, en er zijn \(11\) vwo-ers per \(5\) vmbo-ers. Er zijn \(234\) minder vmbo-ers dan vwo-ers. 4p Hoeveel leerlingen zijn er in totaal? VerhoudingTweeKeerTweeGroepen 003n - Verhoudingen - gevorderd - eind - 2ms ○
1p ○ Het verschil tussen vmbo-ers en vwo-ers is \((33-15)=18\) delen, dus 1p ○ Dus \(1\text{ deel}={234 \over 18}=13\text{ }\text{leerlingen}\text{.}\) 1p ○ Er zijn \(40+15+33=88\) delen, dus in totaal zijn er 1p |