Getal & Ruimte (13e editie) - vwo wiskunde B

'De vergelijking van een lijn'.

vwo wiskunde B 4.1 Stelsels vergelijkingen

De vergelijking van een lijn (10)

opgave 1

Gegeven is de lijn \(l{:}\,15x+21y=35\text{.}\)

2p

Bereken de coördinaten van de snijpunten met de \(x\text{-}\)as en de \(y\text{-}\)as.

SnijpuntenMetAssen
00bi - De vergelijking van een lijn - basis - midden - 0ms

Voor het snijpunt met de \(x\text{-}\)as geldt \(y=0\text{,}\)
\(15x+21⋅0=35\) geeft \(x=2\frac{1}{3}\text{,}\) dus \((2\frac{1}{3}, 0)\text{.}\)

1p

Voor het snijpunt met de \(y\text{-}\)as geldt \(x=0\text{,}\)
\(15⋅0+21y=35\) geeft \(y=1\frac{2}{3}\text{,}\) dus \((0, 1\frac{2}{3})\text{.}\)

1p

opgave 2

Gegeven is de lijn \(l{:}\,6x+7y=9\text{.}\)

1p

Onderzoek of het punt \(A(4, -2\frac{1}{7})\) op \(l\) ligt.

LigtPuntOpLijn
00bj - De vergelijking van een lijn - basis - basis - 1ms

\(A(4, -2\frac{1}{7})\) invullen geeft \(6⋅4+7⋅-2\frac{1}{7}=9=9\)
Klopt, dus \(A\) ligt op \(l\text{.}\)

1p

opgave 3

Gegeven is de vergelijking \(l{:}\,-6x+2y=9\text{.}\)

1p

Maak de variabele \(x\) vrij.

VariabeleVrijmaken
00bm - De vergelijking van een lijn - basis - midden - 0ms

Herleiden geeft
\(-6x+2y=9\)
\(-6x=-2y+9\)
\(x=\frac{1}{3}y-1\frac{1}{2}\text{.}\)

1p

opgave 4

Gegeven is de formule \(l{:}\,y=\frac{1}{3}x-3\text{.}\)

2p

Schrijf de formule in de vorm \(ax+by=c\) met \(a\text{,}\) \(b\) en \(c\) gehele getallen.

FormuleNaarVergelijking
00bn - De vergelijking van een lijn - basis - midden - 1ms

Uit \(y=\frac{1}{3}x-3\) volgt \(-\frac{1}{3}x+y=-3\text{.}\)

1p

Vermenigvuldigen met \(-3\) geeft
\(x-3y=9\text{.}\)

1p

opgave 5

Gegeven is de lijn \(l{:}\,-5x-9y=-67\text{.}\)

2p

Voor welke \(a\) ligt het punt \(A(a, 3)\) op \(l\text{?}\)

GegevenXofYCoordinaat (1)
00nh - De vergelijking van een lijn - basis - midden - 0ms

\(\begin{rcases}-5x-9y=-67 \\ \text{door }A(a, 3)\end{rcases}\begin{matrix}-5⋅a-9⋅3=-67\end{matrix}\)

1p

\(-5a-27=-67\)
\(-5a=-40\)
\(a=8\text{.}\)

1p

opgave 6

Gegeven is de lijn \(l{:}\,6x-4y=-24\text{.}\)

2p

Voor welke \(a\) is \((x, y)=(a, 9)\) een oplossing van de vergelijking van \(l\text{?}\)

GegevenXofYCoordinaat (2)
00ni - De vergelijking van een lijn - basis - midden - 0ms

\(\begin{rcases}6x-4y=-24 \\ (x, y)=(a, 9)\end{rcases}\begin{matrix}6⋅a-4⋅9=-24\end{matrix}\)

1p

\(6a-36=-24\)
\(6a=12\)
\(a=2\text{.}\)

1p

opgave 7

Gegeven is de lijn \(l{:}\,5x+by=-22\text{.}\)

2p

Voor welke \(b\) gaat \(l\) door het punt \(A(-8, 6)\text{?}\)

CoefficientBijGegevenPunt (1)
00nj - De vergelijking van een lijn - basis - eind - 0ms

\(\begin{rcases}5x+by=-22 \\ \text{door }A(-8, 6)\end{rcases}\begin{matrix}5⋅-8+b⋅6=-22\end{matrix}\)

1p

\(-40+6b=-22\)
\(6b=18\)
\(b=3\text{.}\)

1p

opgave 8

Gegeven is de lijn \(l{:}\,4x+6y=c\text{.}\)

2p

Voor welke \(c\) gaat \(l\) door het punt \(A(5, -9)\text{?}\)

CoefficientBijGegevenPunt (2)
00nk - De vergelijking van een lijn - basis - eind - 0ms

\(\begin{rcases}4x+6y=c \\ \text{door }A(5, -9)\end{rcases}\begin{matrix}4⋅5+6⋅-9=c\end{matrix}\)

1p

\(c=20-54=-34\text{.}\)

1p

opgave 9

Gegeven is de vergelijking \(l{:}\,2x+5y=1\text{.}\)

2p

Bereken de richtingscoëfficiënt van de lijn \(l\text{.}\)

RichtingscoefficientBerekenen
00nl - De vergelijking van een lijn - basis - midden - 1ms

Herleiden naar \(y=ax+b\) geeft
\(2x+5y=1\)
\(5y=-2x+1\)
\(y=-\frac{2}{5}x+\frac{1}{5}\text{.}\)

1p

Dus \(\text{rc}_l=-\frac{2}{5}\text{.}\)

1p

opgave 10

Gegeven is de lijn \(l{:}\,-5x+2y=-10\text{.}\)

3p

Teken de grafiek van \(l\text{.}\)

Tekenen
00nm - De vergelijking van een lijn - basis - midden - 0ms

\(x\)

\(0\)

\(2\)

\(y\)

\(-5\)

\(0\)

1p

-6-5-4-3-2-1123456-6-5-4-3-2-1123456Oxy

2p

vwo wiskunde B 7.1 Lijnen en hoeken

De vergelijking van een lijn (1)

opgave 1

Gegeven zijn de lijnen \(k{:}\,x+5y=6\) en \(l{:}\,-3x-15y=-18\text{.}\)

1p

Onderzoek of de lijnen samenvallen, evenwijdig zijn of snijden.

OnderlingeLigging
00bl - De vergelijking van een lijn - basis - eind - 1ms

\(-\frac{1}{3}=-\frac{5}{15}=-\frac{6}{18}\text{,}\) dus de lijnen \(k\) en \(l\) vallen samen.

1p

"