Getal & Ruimte (13e editie) - vwo wiskunde C

'Snelheid'.

vwo wiskunde A 3.4 Rekenen met eenheden

Snelheid (3)

opgave 1

Een scooter legt een afstand van \(47{,}9 \text{ } \text{kilometer}\) af in \(1 \text{ } \text{uur}\) en \(13 \text{ } \text{minuten} \text{.}\)

2p

Bereken de gemiddelde snelheid in km/uur en rond af op 2 decimalen.

GemiddeldeSnelheid
00ij - Snelheid - basis - 1ms

\(1 \text{ } \text{uren}\) en \(13 \text{ } \text{minuten} = 1 + {13 \over 60} = 1{,}216... \text{ } \text{uur} \text{.}\)

1p

De gemiddelde snelheid is \({47{,}9 \text{ } \text{km} \over 1{,}216... \text{ } \text{uur}} ≈ 39{,}37 \text{ } \text{km/uur} \text{.}\)

1p

opgave 2

Een roeiboot vaart gedurende \(2 \text{ } \text{minuten}\) en \(49 \text{ } \text{seconden}\) met een gemiddelde snelheid van \(5{,}2 \text{ } \text{m/s} \text{.}\)

2p

Bereken de afstand die de roeiboot heeft afgelegd in meters en rond zonodig af op 2 decimalen.

Afstand
00iq - Snelheid - basis - 3ms

\(2 \text{ } \text{minuten}\) en \(49 \text{ } \text{seconden} = 2 ⋅ 60 + 49 = 169 \text{ } \text{seconden} \text{.}\)

1p

De afgelegde afstand is \(5{,}2 \text{ } \text{m/s} ⋅ 169 \text{ } \text{s} = 878{,}8 \text{ } \text{m} \text{.}\)

1p

opgave 3

Een peuter op een loopfietsje legt een afstand van \(400 \text{ } \text{m}\) af met een gemiddelde snelheid van \(1{,}9 \text{ } \text{m/s} \text{.}\)

2p

Bereken hoe lang de peuter hierover doet. Geef je antwoord in gehele minuten en seconden.

Tijd
00ir - Snelheid - basis - 2ms

Hierover doet de peuter \({400 \text{ } \text{m} \over 1{,}9 \text{ } \text{m/s}} = 210{,}526... \text{ } \text{s} \text{.}\)

1p

\({210{,}526... \over 60} = 3{,}508... \text{ } \text{minuten} \text{,}\) dus dat is \(3 \text{ } \text{minuten}\) en \(0{,}508... ⋅ 60 = 31 \text{ } \text{seconden} \text{.}\)

1p

"