Getal & Ruimte (13e editie) - vwo wiskunde C

'Statistische variabelen'.

vwo wiskunde A 2.2 Data verzamelen

Statistische variabelen (7)

opgave 1

Geef in de volgende situaties aan welke statistische variabele wordt beschreven, en of deze nominaal, ordinaal, discreet of continu is. Licht je antwoord toe.

2p

a

Bij een enquête onder 16-jarigen wordt gevraagd naar de opleiding: VMBO, HAVO of VWO.

Klassificatie (1)
00le - Statistische variabelen - basis - 32ms

a

De variabele 'opleiding van 16-jarige' is kwalitatief, omdat deze niet in een getal wordt uitgedrukt.

1p

De variabele is ordinaal, omdat er een logische ordening zit in de waarden van de variabele.

1p

2p

b

Midgies zijn heel kleine vliegjes die voorkomen in de Schotse Hooglanden en die vervelend kunnen prikken. Een organisatiebureau van wandelvakanties houdt van haar klanten bij hoe vaak ze worden geprikt, bijvoorbeeld \(51\) of \(71 \text{.}\)

Klassificatie (6)
00lf - Statistische variabelen - basis - 0ms

b

De variabele 'aantal midgiesbeten per wandelaar' is kwantitatief, omdat de waarden hoeveelheden zijn die objectief meetbaar zijn.

1p

De variabele is discreet, omdat niet alle tussenliggende waarden mogelijk zijn. Zo is \(31{,}5\) geen mogelijke waarde voor het aantal midgiesbeten.

1p

2p

c

In een vragenlijst over openbaar vervoer wordt gevraagd naar de woonplaats van de respondent, bijvoorbeeld Arnhem of Haarlemmermeer.

Klassificatie (2)
00lj - Statistische variabelen - basis - 0ms

c

De variabele 'gemeente van respondent' is kwalitatief, omdat deze niet in een getal wordt uitgedrukt.

1p

De variabele is nominaal, omdat er geen logische ordening zit in de waarden van de variabele.

1p

2p

d

In een vragenlijst wordt gevraagd naar het aantal boterhammen dat iemand per dag eet: 0, 1, 2, 3 of '4 of meer'.

Klassificatie (3)
00lk - Statistische variabelen - basis - 0ms

d

De variabele 'aantal boterhammen per persoon' is kwalitatief, omdat de laatste waarde ('4 of meer') geen getal is; je kunt er immers niet mee rekenen.

1p

De variabele is ordinaal, omdat er een logische ordening zit in de waarden van de variabele.

1p

opgave 2

Geef in de volgende situaties aan welke statistische variabele wordt beschreven, en of deze nominaal, ordinaal, discreet of continu is. Licht je antwoord toe.

2p

a

De concierge houdt van iedere leerling het kluisnummer bij, bijvoorbeeld 672 of 1134.

Klassificatie (4)
00ll - Statistische variabelen - basis - 0ms

a

De variabele 'nummer van kluis' is kwalitatief, omdat de waarden weliswaar getallen zijn maar geen hoeveelheid aangeven; je zult bijvoorbeeld ook nooit de gemiddelde waarde berekenen.

1p

De variabele is nominaal, omdat de waarden willekeurig zijn toegekend (met als enige doel om de kluis te kunnen identificeren) en er dus geen logische ordening zit in de waarden van de variabele.

1p

2p

b

Op de website booking.com kan een gast van een hotel met een aantal sterren aangeven hoe het hotel bevallen is: ☆, ☆☆, ☆☆☆, ☆☆☆☆ of ☆☆☆☆☆.

Klassificatie (5)
00lm - Statistische variabelen - basis - 0ms

b

De variabele 'beoordeling van hotel' is kwalitatief, omdat de waarden weliswaar een aantal voorstellen, maar een mening weergeven en dus niet objectief meetbaar zijn (het is een schaalvraag).

1p

De variabele is ordinaal, omdat er een logische ordening zit in de waarden van de variabele.

1p

2p

c

Jan meet de lengte van alle docenten van zijn school, bijvoorbeeld \(207\) of \(216\) centimeter.

Klassificatie (7)
00na - Statistische variabelen - basis - 0ms

c

De variabele 'lichaamslengte van docent in cm' is kwantitatief, omdat de waarden hoeveelheden zijn die objectief meetbaar zijn.

1p

De variabele is continu, omdat alle tussenliggende hoeveelheden gemeten zouden kunnen worden.

1p

"