Getal & Ruimte (13e editie) - vwo wiskunde C

'Verhoudingen'.

vwo wiskunde A 3.1 Breuken en verhoudingen

Verhoudingen (3)

opgave 1

De verhouding tussen naslagwerken en romans in een bibliotheek is gelijk aan \(2:11\text{.}\) Er zijn \(63\) minder naslagwerken dan romans.

3p

Hoeveel boeken zijn er in totaal?

VerhoudingTweeGroepen
003l - Verhoudingen - gevorderd - basis - 2ms

Het verschil tussen naslagwerken en romans is \((11-2)=9\) delen, dus
\(9\text{ delen}=63\text{ }\text{boeken}\text{.}\)

1p

Dus \(1\text{ deel}={63 \over 9}=7\text{ }\text{boeken}\text{.}\)

1p

Er zijn \(2+11=13\) delen, dus in totaal zijn er
\(13⋅7=91\) boeken.

1p

opgave 2

De verhouding tussen motoren, auto's en fietsen op een veerboot is gelijk aan \(7:9:11\text{.}\) Er zijn in totaal \(70\) motoren.

3p

Hoeveel motoren zijn er minder dan fietsen?

VerhoudingDrieGroepen
003m - Verhoudingen - gevorderd - midden - 9ms

Er zijn \(7\) delen motor, dus
\(7\text{ delen}=70\text{ }\text{motoren}\text{.}\)

1p

Dus \(1\text{ deel}={70 \over 7}=10\text{ }\text{voertuigen}\text{.}\)

1p

Het verschil tussen motoren en fietsen is \((11-7)=4\) delen, dus er zijn
\(4⋅10=40\) minder motoren dan fietsen.

1p

opgave 3

In een museum zijn er \(5\) tekeningen per \(11\) beelden, en er zijn \(2\) tekeningen per \(1\) schilderijen. Er zijn in totaal \(222\) kunstwerken.

4p

Hoeveel tekeningen zijn er in totaal?

VerhoudingTweeKeerTweeGroepen
003n - Verhoudingen - gevorderd - eind - 4ms

tekeningen

\(5\)

\(2\)

\(10\)

beelden

\(11\)

\(22\)

schilderijen

\(1\)

\(5\)

1p

In totaal zijn er \(22+10+5=37\) delen, dus
\(37\text{ delen}=222\text{ }\text{kunstwerken}\text{.}\)

1p

Dus \(1\text{ deel}={222 \over 37}=6\text{ }\text{kunstwerken}\text{.}\)

1p

Er zijn \(10\) delen tekening, dus in totaal zijn er
\(10⋅6=60\) tekeningen.

1p

"