Statistische variabelen
Geef in de volgende situaties aan welke statistische variabele wordt beschreven, en of deze nominaal, ordinaal, discreet of continu is. Licht je antwoord toe.
2p
Een manager van een kledingwinkel is bezig met de inkoop voor het nieuwe seizoen. Daarom heeft hij een maand lang, van ieder kledingstuk dat hij heeft verkocht, de kledingmaat genoteerd: extra small, small, medium, large of extra large.
○
De variabele 'kledingmaat van kledingstuk' is kwalitatief, omdat deze niet in een getal wordt uitgedrukt.
1p
○
De variabele is ordinaal, omdat er een logische ordening zit in de waarden van de variabele.
1p
Geef in de volgende situaties aan welke statistische variabele wordt beschreven, en of deze nominaal, ordinaal, discreet of continu is. Licht je antwoord toe.
2p
Het Centraal Bureau voor Statistiek (CBS) in Heerlen houdt van alle in Nederland verkochte nieuwe auto's bij wat het merk is, bijvoorbeeld Hyundai of Mazda.
○
De variabele 'merk van in Nederland verkochte auto' is kwalitatief, omdat deze niet in een getal wordt uitgedrukt.
1p
○
De variabele is nominaal, omdat er geen logische ordening zit in de waarden van de variabele.
1p
Geef in de volgende situaties aan welke statistische variabele wordt beschreven, en of deze nominaal, ordinaal, discreet of continu is. Licht je antwoord toe.
2p
In een enquête wordt gevraagd naar het aantal auto's per huishouden: 0, 1, 2 of '3 of meer'.
○
De variabele 'aantal auto's per huishouden' is kwalitatief, omdat de laatste waarde ('3 of meer') geen getal is; je kunt er immers niet mee rekenen.
1p
○
De variabele is ordinaal, omdat er een logische ordening zit in de waarden van de variabele.
1p
Geef in de volgende situaties aan welke statistische variabele wordt beschreven, en of deze nominaal, ordinaal, discreet of continu is. Licht je antwoord toe.
2p
De concierge houdt van iedere leerling het kluisnummer bij, bijvoorbeeld 325 of 1008.
○
De variabele 'nummer van kluis' is kwalitatief, omdat de waarden weliswaar getallen zijn maar geen hoeveelheid aangeven; je zult bijvoorbeeld ook nooit de gemiddelde waarde berekenen.
1p
○
De variabele is nominaal, omdat de waarden willekeurig zijn toegekend (met als enige doel om de kluis te kunnen identificeren) en er dus geen logische ordening zit in de waarden van de variabele.
1p
Geef in de volgende situaties aan welke statistische variabele wordt beschreven, en of deze nominaal, ordinaal, discreet of continu is. Licht je antwoord toe.
2p
Op de wandelwebsite walkhighlands.com wordt met behulp van een aantal wandelschoentjes aangegeven hoe zwaar de verschillende wandelingen in de Schotse hooglanden zijn: 🥾, 🥾🥾, 🥾🥾🥾, 🥾🥾🥾🥾 of 🥾🥾🥾🥾🥾.
○
De variabele 'moeilijkheidsgraad van wandeling' is kwalitatief, omdat de waarden weliswaar een aantal voorstellen, maar een mening weergeven en dus niet objectief meetbaar zijn (het is een schaalvraag).
1p
○
De variabele is ordinaal, omdat er een logische ordening zit in de waarden van de variabele.
1p
Geef in de volgende situaties aan welke statistische variabele wordt beschreven, en of deze nominaal, ordinaal, discreet of continu is. Licht je antwoord toe.
2p
Een voetballer oefent met het nemen van penalties. Bij iedere training schiet hij 10 keer op doel, bijvoorbeeld \(1\) of \(10 \text{.}\)
○
De variabele 'aantal goals per training' is kwantitatief, omdat de waarden hoeveelheden zijn die objectief meetbaar zijn.
1p
○
De variabele is discreet, omdat niet alle tussenliggende waarden mogelijk zijn. Zo is \(3{,}7\) geen mogelijke waarde voor het aantal goals.
1p
Geef in de volgende situaties aan welke statistische variabele wordt beschreven, en of deze nominaal, ordinaal, discreet of continu is. Licht je antwoord toe.
2p
Quentin speelt hobo en repeteert met verschillende orkesten. Hij heeft een jaar lang genoteerd hoe lang iedere repetitie duurt, bijvoorbeeld \(0{,}8\) of \(2{,}6\) uur.
○
De variabele 'duur van repetitie in uur' is kwantitatief, omdat de waarden hoeveelheden zijn die objectief meetbaar zijn.
1p
○
De variabele is continu, omdat alle tussenliggende hoeveelheden gemeten zouden kunnen worden.
1p