Verhoudingen

2s - 3 oefeningen

VerhoudingTweeGroepen
003l - Verhoudingen - gevorderd - basis - 2ms
Getal & Ruimte (12e editie) - havo wiskunde A - 1.1 Getal & Ruimte (13e editie) - havo wiskunde A - 1.1 Getal & Ruimte (13e editie) - vwo wiskunde A - 3.1 Getal & Ruimte (13e editie) - vwo wiskunde A - 3.1

Op een sportclub zijn er \(2\) kinderen per \(3\) senioren. Er zijn in totaal \(18\) senioren.

3p

Hoeveel kinderen zijn er minder dan senioren?

Er zijn \(3\) delen senior, dus
\(3 \text{ delen} = 18 \text{ } \text{senioren} \text{.}\)

1p

Dus \(1 \text{ deel} = {18 \over 3} = 6 \text{ } \text{leden} \text{.}\)

1p

Het verschil tussen kinderen en senioren is \((3 - 2) = 1\) deel, dus er zijn
\(1 ⋅ 6 = 6\) minder kinderen dan senioren.

1p

VerhoudingDrieGroepen
003m - Verhoudingen - gevorderd - midden - 6ms
Getal & Ruimte (12e editie) - havo wiskunde A - 1.1 Getal & Ruimte (13e editie) - havo wiskunde A - 1.1 Getal & Ruimte (13e editie) - vwo wiskunde A - 3.1 Getal & Ruimte (13e editie) - vwo wiskunde A - 3.1

De verhouding tussen narcissen, tulpen en hyacinten in een bloemenveld is gelijk aan \(11 : 5 : 7 \text{.}\) Er zijn \(90\) minder tulpen dan narcissen.

3p

Hoeveel bloemen zijn er in totaal?

Het verschil tussen tulpen en narcissen is \((11 - 5) = 6\) delen, dus
\(6 \text{ delen} = 90 \text{ } \text{bloemen} \text{.}\)

1p

Dus \(1 \text{ deel} = {90 \over 6} = 15 \text{ } \text{bloemen} \text{.}\)

1p

Er zijn \(11 + 5 + 7 = 23\) delen, dus in totaal zijn er
\(23 ⋅ 15 = 345\) bloemen.

1p

VerhoudingTweeKeerTweeGroepen
003n - Verhoudingen - gevorderd - eind - 2ms
Getal & Ruimte (12e editie) - havo wiskunde A - 1.1 Getal & Ruimte (13e editie) - havo wiskunde A - 1.1 Getal & Ruimte (13e editie) - vwo wiskunde A - 3.1 Getal & Ruimte (13e editie) - vwo wiskunde A - 3.1

De verhouding tussen sandalen en laarzen in een schoenwinkel is gelijk aan \(5 : 9\) en de verhouding tussen sandalen en sneakers is \(2 : 1 \text{.}\) Er zijn in totaal \(495\) schoenen.

4p

Hoeveel laarzen zijn er in totaal?

sandalen

\(5\)

\(2\)

\(10\)

laarzen

\(9\)

\(18\)

sneakers

\(1\)

\(5\)

1p

In totaal zijn er \(18 + 10 + 5 = 33\) delen, dus
\(33 \text{ delen} = 495 \text{ } \text{schoenen} \text{.}\)

1p

Dus \(1 \text{ deel} = {495 \over 33} = 15 \text{ } \text{schoenen} \text{.}\)

1p

Er zijn \(18\) delen laars, dus in totaal zijn er
\(18 ⋅ 15 = 270\) laarzen.

1p

003l 003m 003n