Verhoudingen

2s - 3 oefeningen

VerhoudingTweeGroepen
003l - Verhoudingen - gevorderd - basis - 1ms
Getal & Ruimte (12e editie) - havo wiskunde A - 1.1 Getal & Ruimte (13e editie) - havo wiskunde A - 1.1 Getal & Ruimte (13e editie) - vwo wiskunde A - 3.1 Getal & Ruimte (13e editie) - vwo wiskunde A - 3.1

In een schoenwinkel zijn er \(4\) laarzen per \(7\) sneakers. Er zijn \(21\) minder laarzen dan sneakers.

3p

Hoeveel sneakers zijn er in totaal?

Het verschil tussen laarzen en sneakers is \((7-4)=3\) delen, dus
\(3\text{ delen}=21\text{ }\text{schoenen}\text{.}\)

1p

Dus \(1\text{ deel}={21 \over 3}=7\text{ }\text{schoenen}\text{.}\)

1p

Er zijn \(7\) delen sneaker, dus in totaal zijn er
\(7⋅7=49\) sneakers.

1p

VerhoudingDrieGroepen
003m - Verhoudingen - gevorderd - midden - 6ms
Getal & Ruimte (12e editie) - havo wiskunde A - 1.1 Getal & Ruimte (13e editie) - havo wiskunde A - 1.1 Getal & Ruimte (13e editie) - vwo wiskunde A - 3.1 Getal & Ruimte (13e editie) - vwo wiskunde A - 3.1

De verhouding tussen narcissen, hyacinten en tulpen in een bloemenveld is gelijk aan \(9:11:8\text{.}\) Er zijn in totaal \(280\) bloemen.

3p

Hoeveel hyacinten zijn er meer dan narcissen?

In totaal zijn er \(9+11+8=28\) delen, dus
\(28\text{ delen}=280\text{ }\text{bloemen}\text{.}\)

1p

Dus \(1\text{ deel}={280 \over 28}=10\text{ }\text{bloemen}\text{.}\)

1p

Het verschil tussen hyacinten en narcissen is \((11-9)=2\) delen, dus er zijn
\(2⋅10=20\) meer hyacinten dan narcissen.

1p

VerhoudingTweeKeerTweeGroepen
003n - Verhoudingen - gevorderd - eind - 2ms
Getal & Ruimte (12e editie) - havo wiskunde A - 1.1 Getal & Ruimte (13e editie) - havo wiskunde A - 1.1 Getal & Ruimte (13e editie) - vwo wiskunde A - 3.1 Getal & Ruimte (13e editie) - vwo wiskunde A - 3.1

De verhouding tussen dropjes en lolly's in een snoeppot is gelijk aan \(3:11\) en de verhouding tussen dropjes en zuurtjes is \(5:7\text{.}\) Er zijn in totaal \(252\) zuurtjes.

4p

Hoeveel snoepjes zijn er in totaal?

dropjes

\(3\)

\(5\)

\(15\)

lolly's

\(11\)

\(55\)

zuurtjes

\(7\)

\(21\)

1p

Er zijn \(21\) delen zuurtje, dus
\(21\text{ delen}=252\text{ }\text{zuurtjes}\text{.}\)

1p

Dus \(1\text{ deel}={252 \over 21}=12\text{ }\text{snoepjes}\text{.}\)

1p

Er zijn \(55+15+21=91\) delen, dus in totaal zijn er
\(91⋅12=1\,092\) snoepjes.

1p

003l 003m 003n