Verhoudingen

2s - 3 oefeningen

VerhoudingTweeGroepen
003l - Verhoudingen - gevorderd - basis - 1ms
Getal & Ruimte (12e editie) - havo wiskunde A - 1.1 Getal & Ruimte (13e editie) - havo wiskunde A - 1.1 Getal & Ruimte (13e editie) - vwo wiskunde A - 3.1 Getal & Ruimte (13e editie) - vwo wiskunde A - 3.1

De verhouding tussen motoren en fietsen op een veerboot is gelijk aan \(3 : 2 \text{.}\) Er zijn in totaal \(55\) voertuigen.

3p

Hoeveel motoren zijn er meer dan fietsen?

In totaal zijn er \(3 + 2 = 5\) delen, dus
\(5 \text{ delen} = 55 \text{ } \text{voertuigen} \text{.}\)

1p

Dus \(1 \text{ deel} = {55 \over 5} = 11 \text{ } \text{voertuigen} \text{.}\)

1p

Het verschil tussen motoren en fietsen is \((3 - 2) = 1\) deel, dus er zijn
\(1 ⋅ 11 = 11\) meer motoren dan fietsen.

1p

VerhoudingDrieGroepen
003m - Verhoudingen - gevorderd - midden - 4ms
Getal & Ruimte (12e editie) - havo wiskunde A - 1.1 Getal & Ruimte (13e editie) - havo wiskunde A - 1.1 Getal & Ruimte (13e editie) - vwo wiskunde A - 3.1 Getal & Ruimte (13e editie) - vwo wiskunde A - 3.1

De verhouding tussen lolly's, dropjes en zuurtjes in een snoeppot is gelijk aan \(4 : 11 : 7 \text{.}\) Er zijn \(56\) meer dropjes dan lolly's.

3p

Hoeveel snoepjes zijn er in totaal?

Het verschil tussen dropjes en lolly's is \((11 - 4) = 7\) delen, dus
\(7 \text{ delen} = 56 \text{ } \text{snoepjes} \text{.}\)

1p

Dus \(1 \text{ deel} = {56 \over 7} = 8 \text{ } \text{snoepjes} \text{.}\)

1p

Er zijn \(4 + 11 + 7 = 22\) delen, dus in totaal zijn er
\(22 ⋅ 8 = 176\) snoepjes.

1p

VerhoudingTweeKeerTweeGroepen
003n - Verhoudingen - gevorderd - eind - 2ms
Getal & Ruimte (12e editie) - havo wiskunde A - 1.1 Getal & Ruimte (13e editie) - havo wiskunde A - 1.1 Getal & Ruimte (13e editie) - vwo wiskunde A - 3.1 Getal & Ruimte (13e editie) - vwo wiskunde A - 3.1

In een bloemenveld zijn er \(3\) hyacinten per \(5\) narcissen, en er zijn \(1\) hyacinten per \(2\) tulpen. Er zijn in totaal \(30\) tulpen.

4p

Hoeveel hyacinten zijn er in totaal?

hyacinten

\(3\)

\(1\)

\(3\)

narcissen

\(5\)

\(5\)

tulpen

\(2\)

\(6\)

1p

Er zijn \(6\) delen tulp, dus
\(6 \text{ delen} = 30 \text{ } \text{tulpen} \text{.}\)

1p

Dus \(1 \text{ deel} = {30 \over 6} = 5 \text{ } \text{bloemen} \text{.}\)

1p

Er zijn \(3\) delen hyacint, dus in totaal zijn er
\(3 ⋅ 5 = 15\) hyacinten.

1p

003l 003m 003n